Kalf bij de koe

De melkveetak van De Patrijs

In balans met koe, bodem en landschap

Eind 2022 namen we een bestaand melkveebedrijf over. Niet om door te gaan zoals het was, maar om het stap voor stap te transformeren naar een gemengd, natuurinclusief en agro-ecologisch bedrijf. Een boerderij die voedsel produceert voor mensen in de directe omgeving, en tegelijk werkt aan herstel van bodem, biodiversiteit en landschap. De melkveetak is daarin een belangrijke pijler. Benieuwd hoe we dat aanpakken?

Voeren in balans met de omgeving

Kringlopen sluiten

In balans werken betekent voor ons: grondgebonden boeren. We streven naar ongeveer één koe per hectare, zodat het aantal dieren past bij wat het land kan dragen. Zo voorkomen we uitputting van de bodem en kunnen we onze kringloop zo veel mogelijk sluiten.

Onze koeien eten vooral voer van eigen land of uit de directe omgeving. Op hun menu staan veel gras en kruiden, wat mais en een deel van onze (onverkochte) akkerbouw-producten. Daarnaast kopen we reststromen op uit de Nederlandse voedselketen, die anders de vergister in zouden gaan. Zo beperken we onnodig transport en milieubelasting, en versterken we de regionale kringloop.

Omdat deze reststromen niet altijd biologisch gecertificeerd zijn, dragen wij zelf ook geen biologisch keurmerk – hoewel onze manier van werken inhoudelijk sterk aansluit bij die principes.

Kruidenrijke graslanden

De afgelopen jaren hebben we onze weilanden steeds diverser ingericht. In plaats van één soort gras bestaan de percelen nu uit een mix van grassen, klavers en kruiden. Dat zorgt voor:

  • een gezondere bodem met meer bodemleven
  • gevarieerder en smakelijker voer voor de koe
  • meer insecten, vogels en biodiversiteit
  • weerbaardere koeien
  • meer smaak in zuivel en kaas

Slim grazen en vers voeren

Onze koeien grazen zoveel mogelijk buiten, van het vroege voorjaar tot laat in het najaar. Dat doen we via stripgrazen: drie keer per dag krijgen ze een nieuw stukje weiland met lang, vers gras. Zo kunnen ze het gras optimaal benutten en krijgt het land na begrazing voldoende tijd om te herstellen.

’s Nachts en in de winter staan de koeien op stal. In de groeizame maanden voeren we ook daar zoveel mogelijk vers gemaaid gras (zomerstalvoeren). Dat maaien we dagelijks met een messenbalk en brengen we direct naar de stal. Deze lichte maaitechniek spaart de bodem en insecten en helpt het gras snel te herstellen.

Door zoveel mogelijk vers gras te voeren – in de wei én op stal – benutten we optimaal wat ons eigen land oplevert, en zijn we minder afhankelijk van krachtvoer van buitenaf.

Kalfjes bij de koe houden

Eind 2025 zijn we gestart met het houden van kalfjes bij de koe. Dat klinkt eenvoudig, maar wist je dat in Nederland maar op zo’n 30 van de 14.000 boerderijen kalfjes bij de koe blijven? En daar zijn wij er één van!
 

In de gangbare melkveehouderij groeien kalfjes vaak individueel op en drinken ze uit een emmer of automaat. Bij de eigen moeder of pleegmoeder krijgen kalfjes juist melk rechtstreeks van een koe, kunnen ze zelf hun drinkmomenten kiezen en groeien ze op in sociaal contact. Dat is een grote stap vooruit voor het welzijn van het kalf.

Kalf bij de moeder? 
We zouden kalveren graag langer bij hun eigen moeder houden, maar op dit moment is dat voor ons helaas niet haalbaar. Onze huidige stal is daar simpelweg niet op ingericht. Er is geen geschikte, warme ligruimte voor jonge kalveren, de roosters zijn te breed voor hun hoefjes en ze kunnen klem raken onder de mestschuif. Een nieuwe, aangepaste stal zou dit kunnen oplossen, maar zo’n investering (meer dan een miljoen euro) is financieel én vergunningstechnisch nu niet realiseerbaar.

Daarnaast speelt de economische kant mee. Een kalf dat bij de moeder drinkt, neemt meer melk op dan nodig is om gezond op te groeien. Die melk kunnen wij dan niet verkopen. We zouden dan veel meer moeten verdienen aan de resterende melk om die kosten te kunnen dragen.

Pleegmoeder
Daarom kiezen we voor kalfjes bij een pleegmoeder: er drinken dan twee of drie kalfjes bij één koe in een aparte stal, die we met behulp van subsidie van het Barth Missetfonds hebben kunnen inrichten. 

Wat maakt dit zo bijzonder?
Het houden van kalfjes bij een pleegkoe komt in Nederland nog maar weinig voor. Er is weinig praktijkkennis en onderzoek beschikbaar en precies daarom wil De Patrijs hierin een voortrekkersrol spelen. Het vergt heel wat voorbereidingen, extra aandacht, aanpassingen in de stal én financiële middelen om kalfjes op deze manier te laten opgroeien. Toch weegt dat voor ons op tegen de voordelen in dierenwelzijn: 

  • Natuurlijk drinkgedrag: kalfjes drinken wanneer ze willen
  • Minder stress en meer bewegingsruimte 
  • Sociaal gedrag: opgroeien met andere kalfjes en een volwassen koe
  • Sterkere weerstand en een betere start van het leven

 

Een robuuste koe: MRIJ

Om onze koppel koeien op de lange termijn sterker en robuuster te maken, kruisen we met het ras MRIJ (Maas-Rijn-IJssel). Dit is een zogenoemd dubbeldoelras: geschikt voor zowel melk- als vleesproductie. MRIJ-koeien staan bekend als sterke, robuuste dieren, zijn minder gevoelig voor ziektes en hebben een rustig karakter.

Ze geven iets minder melk dan moderne, melktypische rassen, maar die melk bevat juist meer vet en eiwit. Dat maakt hun melk bij uitstek geschikt voor het maken van smaakvolle zuivel en kaas en ze passen goed bij onze manier van werken.

Kalfjes adopteren

Het werken met een dubbeldoelras maakt het mogelijk om ook steeds meer stierkalfjes een plek te geven op de boerderij, als vleeskoe. In de reguliere melkveehouderij is daar meestal geen ruimte voor en vertrekken stierkalfjes vaak al na korte tijd richting de kalvermesterij. Wij proberen die praktijk stap voor stap te veranderen via kalfjesadoptie.

Waar ruimte, mogelijkheden en voldoende adoptanten samenkomen, kunnen deze kalfjes bij ons opgroeien met weidegang, rust en aandacht. Na ongeveer twee jaar wordt het dier geslacht en wordt het vlees verdeeld onder de adoptanten en/of geschonken aan de Voedselbank. Op deze manier draagt de adoptie van kalfjes bij aan een beweging richting meer dierwaardigheid, transparantie en een samenhangend voedselsysteem – waarin melk en vlees onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Van gras tot kaas

Álle melk van onze koeien verwerken we tot eigen kaas en zuivel en verkopen we in onze verslokalen of als KaasAandeel. Zo houden we de keten kort, transparant en zo duurzaam mogelijk. Wat hier groeit, wordt hier verwerkt en hier gegeten.

De melkveetak van De Patrijs draait niet om maximale productie, maar om evenwicht. De koeien zijn onderdeel van een groter geheel, waarbij we dierlijke en plantaardige voedselproductie zo bewust mogelijk combineren. 

Benieuwd naar meer over de boerderij?